Gelauff Arbor consanguinitatis

Uitreiking oorkondeOp donderdag 30 juni 2016 heeft de regering van Chili een oorkonde uitgereikt aan 13 Nederlanders als dankbaarheid voor hun solidariteit, politieke empathie en directe betrokkenheid in het verdedigen van de rechten van de mens en een positieve opvang van de Chileense vluchtelingen in de jaren '70 en '80 hier in Nederland.

Eén van de personen die deze oorkonde ontving was Peter Gelauff (1940). Peter was van 1964 tot 1969 in Chili als priesterstudent werkzaam en heeft zich daarna jarenlang ingezet als lid van het Chili Komitee en voor Latijns Amerika in bredere zin. Ook werd hij door de VN uitgezonden als verkiezingswaarnemer. Heden ten dage gepensioeneerd is hij werkzaam als literair vertaler.
In "De Leerschool" beschrijft hij de moeilijkheden die hij ondervond in de eerste tijd van zijn verblijf in Chili.

De leerschool (1) Gepubliceerd op 3 februari 2014

Vertrek Peter GelauffValdivia is een stad in het zuiden van Chili. Nou ja, niet zo zuidelijk als Punta Arenas of Puerto Natales waar de kou overheerst, maar vanaf Santiago naar beneden ongeveer halverwege. Een streek van bossen en meren, inheemse namen als Loncoche (belangrijke leider van een volk), Pitrufquén (plaats van de as), Panguipulli (land van de poema), Lago Ranco (woeste wateren), magisch. De stad zelf ligt aan de monding van de rivier de Calle-Calle (Chileense iris), waarin volgens een lokaal liedje de maan zich ’s nachts naakt baadt. Niet de kou maar de regen is hier de baas. Gemiddeld zes maanden per jaar regent het, vaak dagen achtereen. Flinke buien of dagenlang gemiezer. Alles is vochtig, de lucht, de straten, de huizen, je kleding. Eigenlijk is alles dus ook wel kil. Toen ik er aankwam was het nog zomer, om precies te zijn het einde van de zomervakantie, eind februari, begin maart. Helder zomerweer. Dat van die zomervakantie is hier relevant, want ik had een benoeming op zak als docent en student-assistent op een lagere en middelbare school met internaat. En het schooljaar begon in maart.

Dubbelzinnigheden
Ik wist al wat goedendag was, ik kende woordjes als tafel en stoel, gooide begrippen als matras, hoofdkussen en nachtkastje steeds door elkaar, en kon ongetwijfeld al een paar kleine zinnetje maken. Dat was in 1965. Op de vrachtboot van Amsterdam naar Valparaiso, waarop ik een van de twaalf passagiers was geweest, had een Spaanse purser ons – mij en enkele medepassagiers – de eerste noties van het Spaans bijgebracht. Zo goed en zo kwaad als dat tussen zeeziekte en havenbezoeken in ging. Nu was ik al een paar maanden in het land en tijdens een busreis met zo’n vijftig leerlingen van een ander college had men al heel wat afgelachen over het Spaans, wat tot mijn verbazing in Chili overigens ‘Castiliaans’ heette, van die onbeholpen ‘gringo’. Maar een paar woordjes en een paar zinnetjes kende ik intussen dus wel. Alleen was de vakantie voorbij; nu werd het ernst. En ernst betekende in dit geval beginnen met lesgeven, in de pauzes de leerlingen in het gareel houden, en de internen begeleiden.

Peter Gelauff met pupillen in Valdivia 1965Het was een harde leerschool. Ik heb in mijn leven nog niet gehoord van empathie van leerlingen voor hun leraren. En al helemaal niet voor leraren die de taal niet meester zijn, weinig specifieke vakkennis hebben en geen onderwijsopleiding hebben genoten. Zo’n leraar was ik. Over dat leraarschap zal ik het verder niet hebben. Te veel schaamte. Een onvoorzien positief effect van deze benarde situatie was echter dat ik me fanatiek ging inspannen om het Spaans tot in de perfectie onder de knie te krijgen. In de toekomst mocht niemand meer merken dat ik geen Chileen was. Ik moest de taal leren begrijpen, wat de oorsprong was van woorden en vanwaar de vele betekenissen, wat de logica was van de grammatica, waarin voortdurend gebezigde dubbelzinnigheden hun oorsprong vonden. En perfect leren spreken! Hoe vaak werd een veel oudere Nederlandse collega van mij, die zelfs na 30 jaar Chili nog met een sterk accent sprak, niet nagebauwd. Mijn fixatie was dat ik, wilde ik in de toekomst goed kunnen functioneren, me op geen enkele manier meer als buitenlander moest onderscheiden. Daarbij ging ik er voor het gemak even aan voorbij dat ik, vanwege mijn uiterlijk, onder de overwegend kleine, donkere lokale bevolking altijd op zou vallen.

Heeft u bal?
Een kleine anekdote ter illustratie. Het komt ongetwijfeld door het regenachtige klimaat dat zaalsporten in Valdivia erg populair waren: volleybal, basketbal, zaalvoetbal, noem maar op. Zo ook in ons college. Ons basketbalteam vocht steevast met het team van de technische universiteit om het kampioenschap van de plaatselijke competitie; twee van onze spelers maakten in die tijd zelfs deel uit van het lokale team dat landelijk uitkwam. Dus werd er veel getraind en in elke pauze tussen de lessen door waren er wel fanatiekelingen die even een balletje wilden gooien. Het beheer van de ballen berustte bij ons, de student-assistenten, dus was er altijd wel iemand die kwam vragen of we nog een bal hadden. Onschuldig en venijnig tegelijk. Het Spaans vraagt bij zo’n verzoek niet per se om het lidwoord ‘een’, ‘heeft u bal’ is genoeg. Als groentje in velerlei opzichten, maar ook in de taal, liep ik geruime tijd met open ogen in de val en begreep ik niets van de hilariteit die volgde op mijn antwoord ‘nee, ik heb er geen’.

Na twee jaar kon ik goed met de taal uit de voeten en toen ik na vijf jaar terugkeerde, dacht en droomde ik in het Spaans. Als je vertaler bent, heeft dat ook weer zijn bezwaren: zinswendingen en uitdrukkingen uit het Spaans lijken mij met enige regelmaat ook in het Nederlands normaal en zeer voor de hand liggend. En zo kun je altijd wel ergens mee zitten.

De leerschool (2) Gepubliceerd op 4 april 2014

Peter GelauffEngels, dat lag voor de hand. Godsdienst met een beetje moeite ook nog wel, al moest ik mijn theologie nog doen. Acht jaar seminarie was niet ongemerkt aan me voorbijgegaan. Met geschiedenis lag het tikje een anders. De vanuit Europees respectievelijk Nederlands perspectief gegeven geschiedenislessen die ikzelf had genoten, waren de slechtst mogelijke basis om kinderen tussen de zes en de twaalf wegwijs te maken in de Chileense geschiedenis. Maar het waren wel de vakken waarmee ik in dat eerste jaar werd belast. Ik zweette peentjes, dat kun je wel zeggen. Wat wist ik, om maar wat te noemen, over de Araucanen, de inheemse bevolking ten tijde van de Spaanse inval, over de heldhaftige Caupolicán (gepolijste vuursteen) en zijn luitenant Lautaro (snelle havik) die tot op het laatst stand hielden tegen de vreemd uitgedoste mannen te paard, over de veroveraar Pedro de Valdivia die wel slecht maar ook weer niet zo slecht was? En de lieverds waren zelf ook niet erg behulpzaam. Keken tientallen ogen me aanvankelijk glazig aan vanwege mijn ondoorgrondelijk taalgebruik, het volgende moment barstte iedereen in lachen uit omdat ik een naam verhaspelde (zo zijn Araucanen bijvoorbeeld de bewoners van Arauco of Araucania, terwijl de Araucaria een naar die streek genoemde specifieke dennenboom is, dus in mijn geschiedenisles hakten eeuwenoude dennenbomen wel eens lustig op het Spaanse invasieleger in), een uitdrukking verkeerd gebruikte of een onschuldige aansprak op de propjes papier die door het klaslokaal vlogen.

Latijns-Amerikakoorts
Het was niet de vrolijkste tijd uit het leven van deze toekomstige vertaler, maar hij moest zo nodig naar de missie, en dan met name naar Latijns-Amerika. Dat was niet zo vanzelfsprekend. Missionarissen uit Nederland werden bij voorkeur naar Engelssprekende landen uitgezonden, maar ik was bevangen door de Latijns-Amerikakoorts en moest en zou – en mocht – erheen. Wat ook niet meehielp was dat de tere ingewanden van een Hollandse jongen niet goed opgewassen bleken tegen de Chileense keuken. Het onhygiënische water, groenten die met vervuild water waren geïrrigeerd, bacteriën te over om zijn darmflora op stelten te zetten. Niets hielp, niet de afzakkertjes die de pater-directeur hem ’s avonds na het eten aanbood om de kwalijke effecten van het ongedierte te neutraliseren en ook niet de liters kruidenthee die zijn inwendige tot rust moesten brengen. Paradoxaal genoeg zou die permanente staat van ontregeling me uiteindelijk nog goed uitkomen. Na een paar maanden constateerde de dokter dat ik aan een goedaardige vorm van geelzucht leed. Goedaardig of niet, ik moest wel in quarantaine, het bed in.

Sinaasappels
Met hoed Peter GelauffIk ben tien jaar en lig in bed. Als op woensdagmiddag de bel gaat, doet mijn moeder open. De kamerdeur gaat open en ze komt met iemand binnen. Ik zie niet wie want er hangt een geïmproviseerd gordijn om mijn bed. Een onduidelijke ziekte, bloedspuwingen, hoge koorts, misschien wel besmettelijk, dacht de dokter. Het gordijn moet de rest van ons kinderrijke gezin voor die besmetting behoeden. ‘Kijk eens wie je nou komt bezoeken!’ doet ze opgewekt. De meester! Een fijne meester, de fijnste meester van de wereld. Een stevige, grijzende man met vriendelijke ogen. Hij brengt een grote zak sinaasappels mee. Daar moet ik aan denken als pater Patricio de deur van mijn isolatiekamer binnen komt. Een beetje schuchter. In niets lijkt hij op de meester van toen. We zijn vreemden voor elkaar. Zo’n twee maanden lang had ik geen ander contact met de buitenwereld dan via de ziekenpater die mij dagelijks bezocht, mijn eten bracht en moeizaam gesprekken probeerde te voeren. En via de radio en de krant die ik op mijn kamer kreeg. Maar het gaf me de gelegenheid om mijn Spaans op te krikken, kansen die ik met de spreekwoordelijke beide handen aannam. Afijn, lichamelijk verzwakt maar linguïstisch versterkt mocht ik het na twee maanden weer proberen.

Bron: Boekvertalers.nl

Weet u meer?

Stuur aanvullende informatie in!

Correcties zijn uiteraard eveneens welkom.

Lees ook

De familiebanden van een aantal personen blijven vooralsnog onbekend, weet u daar meer over?

Raadpleeg de pagina Gezocht

Panel

Tools

Zoeken

Ledenruimte

Inloggen voor gegevens van levende generaties.

Doneer

Uw gift helpt me te blijven doorwerken aan de stamboom.
Doneer met uw bankpas, creditcard of PayPal account.


Welkom bij de stamboom van de familie Gelauff

Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming worden cookies als persoonsgegevens beschouwd.
Op deze website wordt van cookies gebruik gemaakt. U wordt hierbij verzocht om met het gebruik van cookies in te stemmen.