Selecteer de taal

  • Français
  • Nederlands
  • facebook
  • facebook
Laatste update: dinsdag 24 februari 2026

logo

thumb de savornin lohmanpleinHij heet Ben, doopnaam Benjamin. Bij het verlaten van de middelbare school heeft hij zijn doopnaam afgezworen, wilde hem niet meer horen vanwege de bittere herinneringen aan zijn kinderjaren. Dat zal niet worden gerespecteerd. Vijftig jaar later staat onderaan de rouwkaart van zijn geliefde oudste zus gewoon weer Benjamin en wordt de naam van zijn echtgenote weggelaten.
Hoe laag mensen kunnen zinken? Dit is zijn verhaal, opgetekend in 2021.

Ter wille van de bescherming van de privacy van de betrokken personen zijn hun voornamen en enkele irrelevante details gewijzigd.
De achternaam is echter wel degelijk Gelauff en behalve de aanpassingen terwille van de privacy is zijn verhaal waar gebeurd.
Ben wil niet meer met zjn broers en zussen geassocieerd worden, u vindt hem dan ook niet in de stamboom.

Moeder

Moeder Neeltje, dochter van een hoge officier, had in de jaren voor de oorlog grote plannen. Zij zou het theater ingaan en nam lessen bij de beroemdste dichters van haar tijd. Maar haar lot beschikte anders. Amper twintig jaar oud leerde ze Bert, haar toekomstige echtgenoot kennen. Bert was woninginrichter, elf jaar ouder dan zij, weduwnaar en vader van een zoontje, Christiaan. Bewogen door zijn situatie huwde zij hem in het laatste jaar voor de oorlog en werd zo moeder nog voordat ze zelf een kind ter wereld zou brengen. Aan het begin van het jaar 1940 kreeg zij haar eerste eigen kind, een mooie dochter, Doortje.

Oorlog

Zorgeloos moeten ze toen nog geweest zijn, want Nederland was neutraal. Maar de Duitsers lapten neutraliteit aan hun soldatenlaarzen.
Hetzelfde jaar nog, op de vooravond van het Sinterklaasfeest, gaf Moeder het leven aan haar tweede kind. Het jongetje zou, datum verplicht, Klaas gaan heten.

Drie jaar later werden Vader en Moeder van hun woning en broodwinning beroofd: hun wijk was tot “veiligheidszone” verklaard en moesten ze met hun inmiddels vier kinderen hun winkelwoonhuis verlaten.
In de hongerwinter kwam Moeder in haar eentje voor het onderhoud van toen vijf kinderen te staan: Vader zat ondergedoken in de loze ruimten onder hun nieuwe woning. Na de oorlog konden ze weliswaar hun bedrijf weer op te starten, maar jarenlang waren er niet voldoende inkomsten om in het onderhoud van het alsmaar groeiende gezin te voorzien en de schulden af te lossen.
Als gevolg van die armoede, de paniek als schudeisers en deurwaarders op de stoep stonden, de opeenvolgende zwangerschappen en eenzijdige voeding stortte Moeder in 1950 voor de eerste keer in.

Ondergang

De voortijdige geboorte van haar tiende kind in 1956 bracht beiden, moeder en zoon, op de rand van de dood. Wellicht was ze zich ervan bewust dat dit haar laatste zwangerschap moest zijn: haar zoontje zou Benjamin heten.
Vijf dagen later, terwijl haar nieuwgeboren kind nog in de couveuse lag, verscheen Vader plots aan haar ziekenhuisbed. Zijn oudste zoon Christiaan had in een te koude sloot gezwommen en was aan een hartaanval overleden. “De Heer geeft en de Heer neemt”, sprak hij plechtig. De geboorte van Moeders tiende kind had de straffe Gods over hem uitgeroepen. Dat Christiaan een zwak hart had, wisten beiden, maar het was hem nooit verteld.
Voor Moeder was Vaders overtuiging ook een straf. Die straf en de steeds voortdurende armoede maakte dat zij in 1960 opnieuw instortte en opgenomen werd in wat verbloemend een “rusthuis” genoemd werd.

Haar levensdromen steeds verder verwijderd ziend vraagt Moeder in 1964 echtscheiding aan. Vader wordt voor de tweede keer in zijn leven zijn huis uitgestuurd en de nog thuiswonende kinderen worden naar kostschool gebracht.
Onenigheid, aanvankelijk over het gelijk van Moeder, dan wel van Vader, leidt tot een tientallen jaren voortwoekerende broeder- en zustertwist. Broer Jean pleegt zelfmoord en nagenoeg alle andere gezinsleden lijden aan, soms ernstige, psychische stoornissen. Pogingen om de eenheid te herstellen zijn tot op de dag van vandaag gestruikeld, er zijn er altijd die weer afhaken.

Terug in de tijd

leyenburgNa de geboorte van Benjamin wilde Moeder haar eigen geld verdienen en werkte overdag in een boekenwinkel. ’s Avonds hielp ze Vader met het naaien van gordijnen. Tijd voor huishouden en kinderen had ze niet. Doortje, de oudste dochter, zag zich gedwongen voor de jongere kinderen te zorgen.
Benjamin werd, zes jaar oud, verplicht samen met zijn negen jaar oude zus Toontje voor het gezin van twaalf personen de schoenen te poetsen, de afwas te doen, de piepers te jassen en de boontjes te doppen, het zilverwerk te poetsen, te stofzuigen, de vloeren te dweilen en de ramen te lappen totdat er niet het minste spoortje van de zeem meer te zien was.
Wanneer hij zijn moeder vroeg waarom steeds zij tweeën die taken toebedeeld kregen, luidde haar antwoord dat de ouderen “moesten studeren”.
Mocht Ben huilen, direct onder de koude douche en, in geval van groot kattenkwaad, ging hij zelf buiten de mattenklopper halen zodra Vader thuiskwam.

Tekentje aan de wand

Wat anekdotisch en onbetekenend lijkt, had ook een voorbode voor latere teleurstellingen kunnen zijn. 
Ben is zeven jaar oud wanneer de oudste broer Klaas als priesterstudent naar Afrika wordt uitgezonden. Het hele gezin vergezelt hem naar de haven, Vader, Moeder, negen broers en zussen. Ben heeft zijn knuffeldier Konijn bij zich, zoals altijd. Moeder dringt er bij Ben op aan zijn konijn aan Klaas mee te geven, “zodat hij zich minder alleen zou voelen”. Ben wil dat uiteraard niet, maar Moeders wil is wet. Klaas belooft plechtig het konijn mee terug te brengen, maar verbreekt zijn belofte. Wanneer hij, vanwege geruchten van een ophanden zijnde staatsgreep, na vijf jaar in allerijl wordt teruggeroepen, zegt hij: “Ik heb je konijn aan een meisje gegeven dat het harder nodig had dan jij”. Ben slikt het, maar zal het zich tientallen jaren later nog herinneren.

Eenzaam

Later, bij het verlaten van de middelbare school en getekend door zijn kindertijd, de internaten en de wanorde in het gezin, neemt Ben beetje bij beetje afstand, het begin van een chaotisch leven. Tien jaar lang wisselt hij tijdelijke baantjes, werkeloosheid en handel in verboden pretsigaretten met elkaar af, totdat hij halverwege de jaren tachtig meer stabiliteit vindt als bedrijfsleider van een koffiehuis.
De lezer moge vermoeden dat het een koffiehuis betreft waar pretsigaretten verkocht worden en zo was het ook. Dat kan schokkend zijn voor sommigen, maar zijn baas heeft grote plannen en nodigt Kamerleden en ministers uit zijn zaak bezoeken om te laten zien hoe en waarom het verbod op die pretsigaretten opgeheven zou kunnen worden. Ben geeft voorlichting op middelbare scholen over de risico’s van overmatig drugsgebruik. Gezien zijn werk als pretsigarettenboer is de overtuigingskracht groot. Ook onderhandelt Ben persoonlijk met de hoogste politieman van het land over de toepassing van de spelregels voor koffiehuizen. Uiteindelijk zal hij, nadat hij op de garanties van de voornoemde politiechef vertrouwd had, voor een rechtbank het opmerkelijke oordeel “schuldig, doch onschuldig” te horen krijgen.
Vijftien jaar lang is hij trots op zijn werk. Toch vreet zijn oude verdriet aan hem en, verdriet opgeteld met werkdruk, stort hij bij de eeuwwisseling op zijn beurt in.
Eenzaam neemt hij schoorvoetend weer contact op met de familie.

Geluk

Een klein jaar later, inmiddels 45 jaar oud en nog niet echt hersteld van zijn inzinking, wil hij niet meegaan naar Grenoble voor een bruiloft van een vriend. Het lot is hem gunstiger bestemd dan hij kan vermoeden, want de vriend dringt aan. Ben stemt uiteindelijk toe en neemt daarmee de beslissing van zijn leven…
De dag nadat hij op die bruiloft zijn toekomstige vrouw Angèle ontmoet weet hij dat hij zich snel aan haar zijde zal vestigen.
Vijf maanden later, op de huwelijksdag van de toekomstige koning verhuist hij definitief naar Frankrijk.
Drie maanden daarna keert hij, met zijn Angèle, nog eens terug naar Nederland om haar daar ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand trouw te beloven.

Teleurstelling

Terzelfdertijd is de teleurstelling die Ben bij zijn terugkeer in de familie te verhapstukken krijgt bij niet de minste.
In de kwart eeuw die voorbijgegaan zijn is hij zijn weldenkende broers en zussen volledig ontgroeid. Jongste en oudste broer voor het eerst herenigd gaat het al meteen mis: “Je moet niet denken dat ja na 25 jaar met open armen ontvangen wordt.” Dat is dan duidelijk en Ben zoekt gewoontegetrouw de schuld bij zichzelf. Per slot van rekening is hij zelf een ontaardde zondaar en zijn broer een wijze weldoener.

Ben vraagt zich ook af, en vraagt het aan broers en zussen, waarom broer Jean zelfmoord gepleegd heeft. Ben was destijds vijftien en bewonderde Jean, zijn gitaarspel en zijn flitsende excentrieke pakken. De antwoorden lopen uiteen, van “Hij was homo”, “Liefdesverdriet”, “Hij kon niet verdragen te zien wat er van zijn moeder geworden was”, en het aanmerkelijk schokkende uit de mond van zus Josefien: “Hij was gewoon te zwak voor deze wereld”. Dat laatste zegt meer over Josefien dan over Jean.

leyenburgWanneer Ben een groot huwelijksfeest organiseert, wil hij geen onderscheid maken tussen welke broers en zussen wel of niet uit te nodigen: ze mogen allemaal komen.
Wanneer de klokken luiden voor huwelijken of begrafenissen is het gezin plots weer één en ze komen allemaal, op één na: de jongste zus Toontje.
Wat tijdens het burgerlijk huwelijk twee jaar daarvoor al zichtbaar was, springt tijdens het feest nog eens te meer in het oog: de vonken die overslaan tussen Josefien en Bens zwager Miguel. Ben ziet hun danspassen met argusogen aan, maar bemoeit zich er niet mee.
Josefien komt later terug naar Grenoble en maakt lange wandelingen met zwager Miguel. Wanneer die laatste echter de euvele moed heeft om een brief af te sluiten met een zoen, poeiert zij hem als een soort seksuele wellusteling af. Miguel doet hiervan ontsteld verslag bij Ben en Angèle.
Ben is beschaamd en stuurt zijn zus een boze brief.
Josefien: “Naar wie laat jij je oren hangen!?”
Ben wenst niet met een hond vergeleken te worden en nog minder dat zijn schoonfamilie vernederd wordt en verbreekt het contact met Josefien.
Broer Gijs verwijt de ketel dat hij zwart is: “Je bemoeit je met zaken waar je zelf niet bij geweest bent.”

Wanneer Ben de Franse nationaliteit verkrijgt, belt hij trots zijn broer Klaas.
Klaas: “Waar is DAT nou weer voor nodig!?”

Wanneer Klaas later bij een bezoek aan Frankrijk Bens Franstalige zwager Clément - in diens bijzijn en in het Nederlands - bespot vanwege diens humor, verkiest Ben te zwijgen.

Niet alle neerbuigende opmerkingen zijn het waard geciteerd te worden, maar feit is dat Ben het hard te verduren heeft met zijn weldenkende broers en zussen.
Desalniettemin blijft hij twintig jaar lang proberen het respect voor zijn broers en zussen in stand te houden. Behalve voor zijn zus Josefien, dat is voorgoed afgedaan.
Mettertijd en hun neerbuigende gedrag wordt het voor Ben wel steeds moeilijker van hen te houden.
Hij neemt dan ook steeds minder contact op.

Uiteindelijk vindt hij troost bij zijn oudste zus Doortje, die de problemen haarscherp weet te analyseren en te relativeren en hem haar onvoorwaardelijke liefde kenbaar maakt.
Doortje vertel hem ook deze wrede anekdote: om naar de 60ste verjaardag van Toontje te gaan had ze, toen al slecht ter been, Josefien gevraagd of ze met haar kon meerijden. Dat wilde Josefien niet: "Ga jij maar op je driewielerscooter." 73 jaar oud moest ze de 2 x 10 kilometer alleen afleggen, grotendeels op een smal en 's avonds donker landweggetje.

Wanneer men uiteindelijk “vergeet” Ben te vragen deel te nemen aan het cadeau voor Doortjes tachtigste verjaardag, begint hij te begrijpen dat hij niet meetelt.
Ben denkt: “we hebben allemaal onze onvolkomenheden”, en daarom verloochent hij zijn wil om ze te blijven respecteren niet. Dat gebeurt pas wanneer, bij Doortjes overlijden, Josefien “vergeet” Bens echtgenote op de rouwkaart te vermelden. Josefien - getuige bij de verloving, getuige bij het burgerlijk huwelijk, drager van het familiecadeau en niet te vergeten het onsmakelijk avontuur met Bens zwager Miguel - is vergeten dat Ben getrouwd is? Ben begrijpt meteen dat Josefien op misselijkmakende wijze wraak heeft genomen.
Klaas: “Onze welgemeende excuses voor deze collectieve omissie”, en geeft Bens echtgenote Angèle toch nog maar even een trap na: “Ze spreekt geen Nederlands en heeft zich weinig met de familie ingelaten”.
Zus Katrien: “Helaas! Helaas! We hopen dat je het begrijpt!”
Ben begrijpt inderdaad iets: de maat is vol en het is hem eindelijk duidelijk dat broederliefde hem niet gegund is.
Woedend over de rouwkaart en het feit dat de familie zich nu ook aan zijn vrouw vergrijpt stuurt hij aan ieder van zijn broers en zussen een laaiende brief.
Om niet meer door hen gekwetst te hoeven worden verbiedt hij hen uitdrukkelijk ooit nog contact op te nemen.
Beterweter Klaas lapt dat aan zijn laars en volhardt: “Ik ben me er niet van bewust je ooit beledigd, gekwetst of genegeerd te hebben” en verwijst naar de opvoeding.

Eind goed al goed

Wat, of liever gezegd de persoon die Bens leven gered heeft is zijn vrouw. In twintig jaar met heeft hij met haar, en dankzij haar gedurige liefde, geduld en steun, een evenwichtig bestaan opgebouwd als webdesigner in Frankrijk. Dus wat zou hij zich druk maken over een verre familie? Maar zo werkt het niet. Zijn kerstmaal heeft dit jaar 2021 een bitter bijsmaakje, maar goed, volgend jaar is het vast weer gewoon lekker.
Dat dit een troost moge zijn voor de kwetsbaren van deze wereld: volg en wees trouw aan je eigen opvattingen, wees daarin volhardend en weet dat er een ander leven mogelijk is waarin liefde niet geveinsd maar eerlijk en oprecht is.

Naschrift

Gisteren heb ik Ben weer gesproken.

Hoe is het nu met je?

Best goed hoor, ik heb een mooi leven. Soms vreet die geschiedenis nog aan me. Ik moet mezelf dan dwingen om aan leukere dingen te denken en dat lukt aardig.

Kun je het niet gewoon achter je laten?

Ik zou het maar al te graag vergeten, maar weet je, niemand kan je zo diep kwetsen als je eigen familie.

We zijn liefdeloos opgegroeid, broederliefde kennen we niet, hoewel enkelen van de oudsten van elkaar lijken te houden. Dat gebrek is te begrijpen wanneer je weet dat de kindertijd structurerend voor de rest van het leven is.
Opvallend is ook dat alle eerste huwelijken, inclusief het mijne, op echtscheiding zijn uitgelopen.
We zijn egocentrisch hebben niet alleen moeite om van onze broers en zussen te houden, maar ook om werkelijk van andere mensen om ons heen te houden.
Liefde die tijdens de jongste jaren niet ingeprent is, zal altijd gebrekkig blijven, tot zover is het begrijpelijk.
Mijn verdriet en met woede betreft de ouderen. Ze hebben grote daden verricht. De een wijdde zijn leven aan hulp aan Afrika en was daar zelfs verkiezingswaarnemer, een ander werkte voor Artsen zonder Grenzen en nog een ander heeft onder in de Tweede Kamer gezeten. Weer een ander, minder sociaal bewogen maar toch ook opmerkelijk, was algemeen directeur van een grote landelijk winkelketen.
Mooie mensen dus, zou je denken, maar hovaardig en meedogenloos wreed ten aanzien van hun jongere broers en zussen.
Met name voor Toontje en mijzelf is het moeilijk geweest een normaal leven op de bouwen, misschien voor Toontje nog moeilijker dan voor mij.
Zonder zich rekenschap van ons verleden af te leggen kijken de ouderen op ons neer en vernederen ons.
Dat weet ik al heel lang, maar omdat zij ook een rare opvoeding genoten hebben - Moeder was bijzonder veeleisend - heb ik er altijd begrip voor gehad, totdat het incident met de rouwkaart zich voordeed.

Op de avond van het overlijden van Doortje krijg ik een afschrift van de rouwkaart en begrijp dat Josefien heeft me een lesje heeft willen lezen, om niet te zeggen wraak heeft willen nemen. Klaas weet dat en Gijs zou het ook moeten weten. Toch willen ze de waarheid niet onder ogen zien en maken zich er met een doorzichtig smoesje van af. Je broer en zijn vrouw op een rouwkaart vernederen, hoe laag kan een mens zinken?
Mijn woede en mijn verdriet vertalen zich in frustratie, want ik weet dat wanneer ik ze een spiegel voor wil houden, ze steeds de andere kant op zullen kijken en niet willen weten hoe door en door vals ze werkelijk zijn, vals in alle zinnen van het woord.

Jarenlang was mijn moeder mijn grote teleurstelling. Ze heeft me in de steek gelaten, maar ik heb ik later - godzijdank - kunnen vergeven.
Mijn broers en zussen, dat ligt anders. Hoewel ik ze goed in het snotje dacht te hebben, had ik nooit kunnen denken dat ze zich tot een dergelijk niveau zouden laten zinken en erover zouden liegen om hun gezicht te redden. Dat, opgeteld met hun zelfgenoegzaamheid en de voortdurende vernederingen, kan ik ze niet vergeven.

Waarom nu pas publiceren?

Ik heb ze destijds uitdrukkelijk gewaarschuwd dat ik dat zou doen als ze me niet met rust zouden laten.
Kennelijk ontbreekt hen zelfs die caritas.

Weet u meer?

Stuur aanvullende informatie in! 
Correcties zijn uiteraard eveneens welkom.

Lees ook

De familiebanden van een aantal personen blijven vooralsnog onbekend, weet u daar meer over?
Raadpleeg de pagina Gezocht

Inschrijving nieuwsbrief

Houd u van cookies?
Houd u van cookies?

Deze site maakt voornamelijk gebruik van technische en functionele cookies (sessiecookies) die geen inbreuk maken op uw privacy.
Voor meer informatie, zie het Cookiebeleid .

Cookiebeleid