Gelauff Arbor consanguinitatis

In oktober 1901 wordt Karel Coenraad Gelauff (1877), verdacht van medeplichtigheid aan diefstal, samen met drie vrienden gearresteerd. Hij zou, welbewust van de herkomst van het geld, met zijn kameraden de buit van een diefstal gedeeld hebben.

In oktober 1901 wordt Karel Coenraad Gelauff (1877), verdacht van medeplichtigheid aan diefstal, samen met drie vrienden gearresteerd. Hij zou, welbewust van de herkomst van het geld, met zijn kameraden de buit van een diefstal gedeeld hebben.

Gerechtelijke aankondiging meerderjarigverklaring 10 mei 1899

Nederlandsche staatscourant 14-05-1898

Bij brieven van meerderjarigverklaring , door den Hoogen Raad der Nederlanden 21 April 1898 verleend , goedgekeurd bij Koninklijk besluit dd. 2 Mei 1898 n°. 137 , zijn aan Karel Coenraad  (ook wel genaamd Carl Conrad) Gelauff , gedomicilieerd te Amsterdam , gegeven alle rechten bij de wet aan meerderjarigen toegekend , behoudens de bepaling van art. 478 Burgelijk Wetboek.

Dagvaarding schuldinlossing 5 oktober 1899

Algemeen Handelsblad 05-10-1899

Destijds is men pas op 23-jarige leeftijd meerderjarig. Men mag aannemen dat Karel Coenraad om zijn meerderjarigheidsverklaring gevraagd heeft om een bedrijf te kunnen openen.
Lang zal het feest niet duren, want in oktober 1899 is hij dakloos, failliet verklaard en wordt hij gedagvaard om een schuld van de lieve som van ƒ 2335,45½ in te lossen.

Arrestatie oktober 1901

Het volk 27-10-1901

In oktober 1901 wordt hij, verdacht van medeplichtigheid aan diefstal, samen met drie vrienden gearresteerd.

Rechtszitting 8 november 1901

Diefstal.

Algemeen Handelsblad 08-11-1901Voor de 5e kamer der Rechtbank alhier* stonden heden terecht D. P. F. Sluyter, loopjongen, 14 j.; A. C. J. N. Neuhuys, bloemistknecht, 19 j.; H. Schregel, schoenmakersknecht, 31 j.; K. C. Gelauff. schoenenfabrikant, 24 j.

Aan bekl. Sluiter wordt ten laste gelegd, dat hij op verschillende dagen in de maand October te Amsterdam, uit het perceel Weteringsschans 35, heeft weggenomen drie goudstukken, ieder ter waarde van fr. 100, alsmede een bedrag van ƒ 625 aan bankpapier, allen toebehoorende aan den heer B. de Blok, althans aan een ander dan aan hem of een zijner mede beklaagde;

aan de beklaagden Neuhuys, Schregel en Gelauff, dat zij op 16 October 1901 te Amsterdam van bekl. Sluyter als geschenk hebben aangenomen ieder een bedrag aan geld van omstreeks een honderd vijftig gulden, van welk geld zij wisten of althans begrepen, dat door Sluyter door middel van misdrijf was verkregen;

Als verdedigers voor beklaagden traden op mrs. Harzfeldt, Worst, Da Costa en Post.

Bekl. Sluijter legde een volledige bekentenis af. Het goudgeld en het bankpapier werd door hem weggenomen uit een gesloten lade, terwijl de heer De Block, in wiens dienst hij stond, van huis was.

Het geld werd verdeeld tusschen het viertal, dat toen naar Antwerpen vertrok, aldaar in een bordeel overnachtte, en vervolgens de reis tot Brussel voortzette. Van het plan om naar Parijs te gaan kwam niets. Te Brussel werd het geld in eenige dagen nagenoeg geheel verteerd, waarna besloten werd terug te keeren. Te Rotterdam ging men uit elkaar.

Sluyter werd het eerst gearresteerd. Hij had toen geen geld meer, zijn laatste dertig gulden had hij aan Gelauff gegeven.

Ook bekl. Neuhuys bekende, hetgeen hem werd ten laste gelegd. Deze bekl., bij wiens moeder de heer De Block op kamer woonde, was Sluyter bij den diefstal behulpzaam. Neuhuys ging wel met Schregel en Gelauff uit. Zij gingen eenmaal naar Carré met nog een juffrouw uit de Jan Steenstraat bovendien, voor rekening van den loopjongen.

Bekl. Schregel had in de instructie verklaard, dat hij had meegedaan, omdat het hem gelegenheid bood weg te komen, waar hij toch van plan was er van door te gaan, en hem het daartoe benoodigde geld ontbrak. Ter terechtzetting neemt bekl. dit evenwel terug.

Bekl. Gelauff, commensaal** bij Schregel, gaf, behalve voor amusement, het geld uit voor den aankoop van een overhemd, een overjas, een pak en een horloge.

Het eerst werd als getuige gehoord de heer Bemi de Block, die tot de ontdekking van den diefstal was gekomen, nadat zijn loopjongen op een morgen niet was verschenen.

Door een broer van bekl. Neuhuys vernam de heer De Block, dat Sluyter den diefstal had gepleegd, Get. kwam later tot de ontdekking, dat Sluyter zich ook nog had toegeëigend ƒ 25, welke hem door get. waren ter hand gesteld om daarmede rekeningen te betalen.

(Wordt vervolgd.)

*) Amsterdam **) Kostganger

Vonnis 20 november 1901

Algemeen Handelsblad 20-11-1901Vonnis.

De Rechtbank alhier*, uitspraak doende in de zaak D. Ph. F. .Slujjter, A. C. J. A. Nouhuijs, H. Schregel en K. C. Gelauff, verklaarde schuldig den eersten beklaagde aan diefstal van goudstukken en ongeveer ƒ 1500 aan bankpapier, ten nadeele van zijn patroon, een bij de ouders van den tweeden beklaagde op kamers wonenden heer; den tweeden, derden en vierden beklaagde, die het gestolene met den eersten beklaagde hebben gedeeld en met hem voor het gestolen geld o.a. een uitstapje hebben gemaakt naar Antwerpen en Brussel, aan heling, en veroordeelde mitsdien alle vier beklaagden tot gevangenisstraf voor den tijd van 4 maanden.

*) Amsterdam

Weet u meer?

Stuur aanvullende informatie in!

Correcties zijn uiteraard eveneens welkom.

Lees ook

De familiebanden van een aantal personen blijven vooralsnog onbekend, weet u daar meer over?

Raadpleeg de pagina Gezocht

Panel

Tools

Zoeken

Ledenruimte

Inloggen voor gegevens van levende generaties.

Doneer

Uw gift helpt me te blijven doorwerken aan de stamboom.
Doneer met uw bankpas, creditcard of PayPal account.


Welkom bij de stamboom van de familie Gelauff

Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming worden cookies als persoonsgegevens beschouwd.
Op deze website wordt van cookies gebruik gemaakt. U wordt hierbij verzocht om met het gebruik van cookies in te stemmen.